Vierkante vorm: penning of muntgewicht?

Mogelijk is een deel van de vierkante (of rechthoekige) penningen als muntgewicht - en niet als loden penning - gebruikt. Het is echter allerminst zeker, dat de loden penningen altijd een ronde vorm gehad zouden hebben. Dat is de reden dat deze penningen zijn opgenomen. Omgekeerd zijn loden muntgewichten onhandig in het gebruik, omdat ze aan slijtage onderhevig zijn.

In Leiden zijn (mogelijk rechthoekige) penningen gebruikt, onder andere met de afbeelding van een lelie. Een lelie komt ook voor op muntgewichten van de gouden florijn (fiorino). Zonder aanvullende informatie is het dus onverstandig om ķeder rechthoekig blokje als muntgewicht te beschrijven. (Bijvoorbeeld penning 386.)

Een toonaangevend kenner van muntgewichten voegt hierbij, dat in de late middeleeuwen lood werd gebruikt voor het maken van muntgewichten voor gouden munten. Er zijn diverse exemplaren voorbeelden bekend. Rond 1600 zie je een opleving van de loden muntgewichten, maar dan alleen voor het wegen van zilveren munten. Gewichten van ruim 30 g zwaar, zijn hierbij geen uitzondering. Vierkante loodjes zijn echter niet automatisch muntgewichten. De volgende loden penningen zouden muntgewichten kunnen zijn: 037, 050, 100, 386, 514 en 515.

Dat nader onderzoek van groot belang is, blijkt wel uit het feit dat penning 037 is gevonden in Goes. De afbeelding op deze penning houdt mogelijk verband met 'de stadsgans', wat een gebruik als muntgewicht minder plausibel maakt dan een gebruik als loden penning.

Aanvullingen zijn van harte welkom!